|
Werkgroep Lelystad ontwikkelingen in infra |
|||||
| Leden werkgroep: |
Kees van den Haspel Anne KolmerHenk Wortel Albert Roozenburg Simon Wever
|
||||
| Deskundigen: |
Dr. Luca Bertolini van de Universiteit van Amsterdam Prof.dr.ir. Luuk Boelens van Urban Unlimited en Un.v.Utr. Drs. Martin Stijnenbosch van Stogo Drs. Peter Heerema van Locus Prof. dr. Oetzge Atzema, Universiteit van Utrecht
|
||||
| Datum symposium |
3 november 2004 |
||||
|
Programma symposium |
programma Lelystad (pdf-bestand)
|
||||
| Resultaten: | eindverslag
(pdf-bestand)
foto's symposium Lelystad (pdf-bestand) foto's symposium Lelystad (wm3-bestand)
|
||||
Infrastructuur
in
een zich ontwikkelend Flevoland.
I
Tijdspanne. In
dit verband kijken we naar het jaar 2050 en gaan we ervan uit dat de
Flevolandse bevolking is gegroeid tot 1 miljoen inwoners. De
verstedelijking heeft allereerst plaats gevonden als gevolg van de
steeds verdergaande concentratie van de werkgelegenheid in de Randstad
en de groeiende ruimtebehoefte voor wonen, recreëren en werken,
waarvoor in de Randstad de ruimte onvoldoende is. In
mindere mate gold dat ook voor de regio Zwolle-Kampen II
Vervoer. De
afstand wonen–werken wordt al eeuwenlang ervaren naar de tijd die
nodig is om de afstand te overbruggen. Bij minimaal een kwartier en
maximaal een uur enkele reis is de omschakeling naar werken resp. thuis
zijn optimaal; een duurzame afstand. Dit is onafhankelijk van de
vervoersmodaliteit. Het is een menselijke maat. Na
zo'n anderhalve eeuw na de uitvinding van de auto-mobiliteit is deze
aangevuld met automatisering. De
noodzaak om zelf een voertuig te besturen is beperkt tot de
woonomgeving, waar kinderen spelen, voetgangers lopen, de snelheid laag
is en de eigen verantwoordelijkheid een grote rol speelt. Daarbuiten
schakelt het voertuig automatisch over op het elektronische
verkeersnetwerk. De
techniek is vanaf 2004 al beschikbaar en staat borg voor veiligheid en
snelheid. Het
systeem zorgt ervoor dat de afstand tussen voertuigen beheersbaar klein
is, waardoor de capaciteit van de weg groter kan zijn. Vervoerszekerheid
en de zekerheid over de benodigde reistijd, zijn belangrijke voorwaarden
om een auto-rit te maken. Lopen en fietsen spelen bij de dagelijkse
verplaatsingen alleen een rol tot een half uur gaans. De
vervoersmodaliteiten over de grotere afstanden zijn: individueel
voertuig, bus, rail, magneetlijn en vliegtuig. De keuze voor de
modaliteit wordt gemaakt op basis van de benodigde reistijd. Via
heffingen kan die keuze in zekere mate beïnvloed worden. Bij
een grotere bevolkingsdichtheid heeft de ruimte voor infrastructuur een
impact op het dagelijks leven van zeer velen. De
bodemstructuur van een gebied dat eenmaal is gebruikt als baanlichaam
voor infrastructuur blijft herkenbaar aan de van het aangrenzende
landschap afwijkende flora. Dit
pleit ervoor om de eenmaal gekozen tracés te blijven gebruiken en uit
te bouwen. Het
zogenaamd meerlaags bouwen lijkt daarbij onvermijdelijk. III
Situatie in Flevoland. Flevoland
is een aantrekkelijk gebied om woningen te bouwen. De aanleg van
infrastructuur zal volgend moeten zijn op de plannen en voorafgaand aan
de woningbouw. Flevoland
ligt gezien de bestaande infrastructuur vlak boven de lijn Amsterdam –
Berlijn – Moskou – Peking en ruim boven de lijn Amsterdam –
Munchen. Dat
zijn de lijnen die de huidige grote bevolkingsconcentraties en
economische centra met elkaar verbinden. Bevolkingsdichtheid
is bepalend voor de vervoersbehoefte en daarmee voor de aard en
afmetingen van infrastructuur. De
verbinding met noord Europa is niet onbelangrijk, maar is door de
huidige geringere vervoerbehoefte aanzienlijk kleiner van afmetingen dan
die in de beide andere hoofdrichtingen. Momentaal
bestaat er een groot spanningsveld tussen de verstedelijkingsdruk op
Flevoland en de beschikbare weg- en railinfrastructuur voor het
doorgaande en het woon-werkverkeer, waarbij de inhaalslag voor de
infrastructuur uiterst traag verloopt. Deze
situatie wordt nog versterkt doordat de A6, zeker op het grondgebied van
Almere, meer weg heeft van een wijkontsluitingsweg dan van een
hoofdverkeersader. Over een afstand van zo'n twintig kilometer heeft de
weg acht aansluitingen op stadsdelen van Almere. In
Flevoland wordt de hoofdinfrastructuur van wegen, spoorlijn en eventuele
magneetbaan gekruist door de ecologische hoofdstructuur die het
Markermeer en de Oostvaardersplassen moet gaan verbinden met de Veluwe. De
grotere veiligheid van het verkeer maakt het noodzakelijk deze
kruisingen uit te voeren als overklui-zende ecoducten. IV
Verkeer en vervoer. Verkeerssoorten
zijn van elkaar gescheiden naar modaliteit en naar te overbruggen
afstand. Hoofdinfrastructuur voor het vervoer over land is opgebouwd uit
gescheiden rijbanen voor de verbindingen tussen dichtbij gelegen centra
en lange afstandsverkeer. Dit systeem van hoofd- en parallelbanen kan
ver worden doorgevoerd (lokaal, regionaal en nationaal) en maakt het
mogelijk verkeersbundels te vormen op een betrekkelijk smalle strook.
Hoofdinfrastructuur kan worden opgebouwd in lagen, waardoor een
mag-neetlijn hetzelfde tracé kan volgen als de hoofdwegen. Het
ruimtebeslag voor infrastructuur kan daardoor beperkt zijn. Het
vervoer en het verkeer via de lucht zullen zich in de komende decennia
steeds verder uitbreiden. Daarbij
is er ook nog de vraag of en hoe lang het vervoer over water
concurrerend kan blijven ten opzichte van de overige transportmiddelen. V
Het huidige Flevolandse verkeersnetwerk is het resultaat van een taxatie
van de landelijke en locale vervoersbehoefte. Voor
de locale behoefte werd daarbij destijds uitgegaan van een
bevolkingsaantal van ten hoogste vierhonderd duizend. De
inschatting van de te verwachten verkeersbehoefte is eveneens in
belangrijke mate achterhaald. Bij
een geschatte groei van de provinciale bevolking tot zo'n miljoen,
blijft de woonwerkrelatie met grote spitsintensiteiten in de richting
van de noordelijke Randstad het grootste probleem. Wij
moeten daarbij echter niet voorbijgaan aan de verwachting, dat door de
krapte aan ruimte voor wonen en werken in de Randstad, er ook een
bedrijvenverhuizing op gang zal gaan komen naar en vanuit de Randstad,
waarbij Flevoland voor een belangrijk deel van die bedrijven
een interessante optie zal zijn. Dat
neemt niet weg dat juist daarom de in Flevoland gevestigde bedrijven
voor de aan- en afvoer van hun producten een behoefte blijven houden aan
een verzekerde rijtijd naar hun klanten. Belangrijke
vragen voor de verder te ontwikkelen verkeersnetwerken zijn daarom:
Daarnaast
zijn er de vragen:
Vervoerszekerheid
kan worden uitgedrukt in termen als just-in-time. Kunnen
producten worden geleverd op de afgesproken tijd? Daarbij
is een gegarandeerde transportsnelheid en transporttijd meestal van
groter belang dan de kilometerprijs. Vervoerszekerheid
met betrekking tot de weginfrastructuur kan ook worden geboden door
parallelle routes om ingeval van een verstoring (stremming, onderhoud)
de functie van de verstoorde route over te nemen. De aanleg van een
parallelle route is een economische afweging tussen aanlegkosten,
exploitatiekosten en het maatschappelijk rendement.
|
|||||