|
Werkgroep Almere globalisering |
|
| Leden werkgroep: |
Rob Nijhof Henk Wortel (secr.) Albert Roozenburg J. den Hartog Harry Zondag Loek Storken
|
| Deskundigen |
drs. Bert Smid, Centraal Planbureau dr. Peter Louter, Bureau Louter W. van der Velden, Rabobank Nederland Prof. dr. J. Oosterhaven, Universiteit van Groningen
|
| Datum symposium | 19
januari 2005
|
|
Programma symposium
|
programma Almere (pdf-bestand)
|
| Resultaten: | eindverslag
(pdf-bestand)
|
Globalisering
… of … ?
"Welke
nieuwe wegen leiden naar welvaart
en welzijn ?" Als
we op 19 januari 2005 in Almere de mogelijke ontwikkelingen op
economisch gebied willen gaan doorlichten, zullen we dat mede doen aan
de hand van de op 26 november 2004 gepubliceerde studie van het Centraal
Planbureau: "Vier vergezichten op Nederland", met als
ondertitel: 'Productie, arbeid en sectorstructuur in vier scenario's tot
2040'. (Bij
de symposia, die ons Samenwerkingsverband organiseert, is uitgegaan van
de mogelijke ontwikkelingen in de periode 2005-2050. De studie 'Vier
Vergezichten op Nederland' bestrijkt een kortere periode en wel de
periode 2005-2040. Inmiddels hebben wij bij de twee laatste symposia
onze uitgangsperiode gesplitst in tweeën, en wel in de perioden
2005-2020 en 2020-2050) Als
tweede uitgangspunt willen we aandacht besteden aan de economische
netwerken, waarbij wij verder gaan dan de ontwikkelings-as
Haarlemmermeer-Amsterdam-Almere. Wij
refereren hierbij bijvoorbeeld aan de traditionele waterverbinding van
Randstad Holland met het stroomgebied van de Rijn, de concentratie van
economische activiteiten langs de A2, de mogelijke economische
ontwikkelingen via de as Amsterdam,
Amersfoort, Twente, Hamburg, Berlijn, Moskou, enz., dus de verbinding
van de Randstad met Centraal Europa, en, niet te vergeten, de
ontwikkelings-as Randstad - Noord Europa. Wat
bij een analysering van de economische netwerken evenmin buiten
beschouwing kan blijven zijn de luchtverbindingen van Noord- en Centraal
Europa via Randstad Holland naar het Amerikaanse continent
en het Verre Oosten. De
relatie van Flevoland met
die netwerken en de mogelijkheden, die dat biedt voor de economische
ontwikkeling van Flevoland, zal hopelijk een belangrijk discussiepunt
worden. Als
wij tijdens het symposium in Almere de economische ontwikkeling van
Flevoland willen analyseren, lijkt het ons toch zinvol de
uitgangsperiode 2005-2050 te splitsen in de eerder genoemde twee
periodes. Het
waarom is vrij simpel. Zeker
tot 2020 zullen er in onze regio geen ingrijpende uitbreidingen
gerealiseerd kunnen worden
op het gebied van de fysieke infrastructuur. Dit
feit zal mogelijk tot gevolg hebben, dat in de genoemde periode de
afwikkeling van het woon-werk-verkeer in de richting van Schiphol en
Amsterdam-Zuid steeds meer zal stagneren. Combineert men dat met de mogelijke invoering van heffingen op het autoverkeer van en naar de Randstad, dan is de vraag gerechtvaardigd of het werken in de Randstad voor de inwoners van Flevoland nog wel aantrekkelijk blijft. Of dat negatieve of juist positieve effecten zal hebben op de economische ontwikkeling van Flevoland, is een onderwerp dat tijdens het symposium vanzelfsprekend aan de orde zal komen.
|
|