Werkgroep Dronten

Toekomst agrarische sector Flevoland

 

Leden werkgroep:

Hans de Leeuw (vz)

Albert Roozenburg

Willie Schutte

Henk Wortel  

 

Deskundigen:

Dhr. A.T. Krikke, Wageningen Universiteit

Dhr. P. de Groot, Rabobank Nederland

Dhr. H. Vermeer, Europees Parlement (VVD)

Dhr. R. Rabbinge, hoogleraar Wageningen Universiteit & Researchcentrum

 

Datum symposium 17 maart 2004  
Programma symposium programma Dronten (pdf-bestand)
Resultaten: verslag symposium Dronten (pdf-bestand)

 

Toekomst van de agrarische sector in Flevoland

I Tijdspanne:

Als we in dit verband over de toekomst spreken, dan gaan we uit van de periode tot het jaar 2030.

Het getal 2030 is niet absoluut bedoeld, maar wil slechts aangeven dat we verder in de tijd willen denken dan bijvoorbeeld het jaar 2015.

 

II Toekomst agrarische sector in de Europese Unie:

De beschermende maatregelen naar binnen en naar buiten de Europese Unie zullen afgebouwd worden en uiteindelijk verdwijnen.

Wat zijn de gevolgen hiervan voor de landen binnen de Unie?

 

III Toekomst van de agrarische sector in Nederland:

Gezien het voorgaande:

Wat zullen de consequenties daarvan zijn voor de sector in Nederland?

*          Voor de landbouw?

*          Voor de (intensieve) veeteelt?

*          Voor de glastuinbouw?

 

IV Toekomst van de agrarische sector in Flevoland:

Wij nemen aan dat in de toekomst het zuidelijk deel van Flevoland, dus de polders Oost- en Zuid-Flevoland, voor een belangrijk deel verstedelijkt zal worden, terwijl natuur en recreatie eveneens meer ruimte zullen gaan vragen.

Een bevolkingsgroei tot 900.000 inwoners in de periode tot 2050 lijkt ons niet onmogelijk (zie daarvoor de modellen van Simon Wever op onze website www.vitaalondernemendflevoland.nl)

 

Wat zullen de gevolgen van al die ontwikkelingen zijn voor het zuidelijk deel van Flevoland en voor de Noordoostpolder?

Naast een ingrijpende verandering qua bedrijfsvoering zal ook de beschikbare ruimte voor de sectoren Akkerbouw, Veeteelt en (Glas)tuinbouw sterk verminderd worden.

De gevolgen daarvan zullen verstrekkend zijn.

De vraag naar de financiële consequenties van deze ontwikkelingen voor de sectoren en de individuele ondernemers zal daarbij zeker ter sprake moeten komen.

 

Een andere vraag die in dit verband misschien interessant is:

 “Wat zijn de mogelijkheden van de agrarische sector/ondernemer om zijn huidige werkzaam-

  heden te combineren met andere economische activiteiten?”