Werkgroep Urk

klimaat veranderingen

 
Leden werkgroep:

Sietske van Oogen (vz.)

Irmgard Vogels

Bart Kappe

Ward de Meulemeester

Henk Wortel

Albert Roozenburg

Loek Storken

 

Deskundigen:

Prof. dr. H. Saeijs, Erasmus Universiteit

Dhr. Drs. R. van Dorland, KNMI

Dhr. dr. Mathijs Kok, HKV Lijn in water

Dhr. drs. Ton Garritsen, RIZA

Dhr. Bart Stoffels, Atelier IJmeer

 

Datum symposium: 5 oktober 2004 
Programma symposium:

 

programma Urk

Resultaten:

eindverslag (pdf-bestand) 

 

resultaten middagdiscussie

 

De eerste foto's

 

  Watergebruik/waterbeheer en de gevolgen van de klimaatsveranderingen

in relatie tot de toekomst van het Flevolandse gebied

 

I Tijdspanne

Als we in dit verband over de toekomst spreken, dan moeten we mogelijk zelfs verder kijken dan de komende 50 jaar, die wij bij onze overwegingen als uitgangsperiode hebben gekozen.

II Situatie in Flevoland

Groei van de bevolking:

Wij gaan er bij onze discussie van uit dat de bevolking van het Flevolands gebied in de komende vijftig jaar zal groeien tot zo'n miljoen ingezetenen.

De (her)inrichting van het gebied:

Door die groei van de bevolking zal de behoefte naar ruimte voor wonen, werken, recreëren en natuur al maar groter worden. Daarbij zullen de agrarische activiteiten binnen ons gebied, door het verdwijnen van de Europese subsidies en de voortschrijdende mechanisering binnen die sector, een totale metamorfose ondergaan.

 
III Het water als bedreiging en als kansrijke factor

De afsluitdijk:

Tot in de jaren twintig was het woelige water van de Zuiderzee een doorlopende bedreiging voor stad en land in zijn kustgebied. Daarom werd de Zuiderzee via de Afsluitdijk afgesloten voor de watertoevoer vanuit de Noordzee. Als bijgaande factor, zo zag men dat destijds, werd de verbinding van het vissersdorp Urk met de Noordzee verbroken

De inpoldering:

Om economische redenen werden vervolgens delen van de Zuiderzee ingepolderd en ontstonden de Wieringermeerpolder, de Noordoostpolder en de Flevopolders.

De bestemming van het gewonnen land was in eerste instantie: 'grootschalige landbouw', maar al snel na de Tweede Wereldoorlog kregen grote delen van de Flevopolders een woonbestemming, iets wat nog steeds een culminerende factor is.

Flevoland tot op heden:

De bedreiging voor het voortbestaan van het Oude Land rondom de vroegere Zuiderzee is zeer zeker aanmerkelijk verminderd. Dat neemt niet weg dat het Nieuwe Land beschermd moet worden door hoge dijken, waardoor de veiligheid binnen dat gebied altijd zeer betrekkelijk blijft.

Dat het water daarnaast vele kansen biedt, is in de loop van de tijd wel gebleken.

Denk maar aan de natuurontwikkeling en de recreatieve en economische waarde van de randmeren, het IJmeer, het Markermeer en het IJsselmeer.

 

IV De klimaatsverandering

Momenteel bestaat een zeer groot deel van de wereldwatervoorraad uit ijs.

Bij de te verwachten temperatuursverhoging door het broeikaseffect zal een groot deel van die ijsvoorraad wegsmelten, waardoor o.a. de zeespiegel aanmerkelijk gaat stijgen.

In diverse publicaties wordt zelfs gesproken over meters.

Waterafvoer:

Tot in de huidige tijd komt de neerslag in bevroren toestand naar beneden en wordt in de hogere gebieden van het land, waar dikwijls ook de meeste neerslag valt, in die vorm vastgehouden en vloeit eerst later en geleidelijk in de vorm van water naar lager gelegen gebieden.

Door de temperatuursverhoging zal ook op het vaste land de opslag van water in bevroren toestand sterk verminderen, waardoor de geleidelijke afvoer van de neerslag sterk zal verminderen en de directe afvoer via de rivieren sterk zal toenemen.

Neerslag:

Door de temperatuursverhoging zal een grotere waterverdamping ontstaan waardoor het watergehalte van de lagere gedeelten van de dampkring aanmerkelijk toenemen. Daardoor zal de neerslag bij de regelmatig voorkomende temperatuurswisselingen op de aardbodem aanmerkelijk gaan toenemen. Dat zal weer tot een vergroting van de waterafvoer via de rivieren leiden.

Droogte:

Waarschijnlijk zullen er naast zware neerslag ook langere perioden van droogte gaan voorkomen, waardoor een al dan niet tijdelijke verdroging van gebieden kan ontstaan.

Wateropslag:

Ter voorkoming van calamiteiten zullen er in ons gebied maatregelen genomen moeten worden.

Dat geldt zowel voor het binnendijks als voor het buitendijks gebied.

Het is het namelijk waarschijnlijk dat het Markermeer gebruikt moet worden voor de opslag van water om bij een langdurige droogteperiode het waterpeil in de Randstad op niveau te houden.

 

V De toekomst van het Flevolandse gebied.

De consequenties van de bevolkingsdruk, de reformatie van de agrarische sector en de klimaatswisseling zullen zeer ingrijpend zijn voor ons gebied en meer in het algemeen voor het waterbeheer en het watergebruik.

Wij leven immers meters beneden de huidige waterspiegel en de afvoer van het Rijnwater geschiedt voor een belangrijk deel via de IJssel en het IJsselmeer en door de spuisluizen in de afsluitdijk naar de Wadden- en de Noordzee.

Wat de toekomst aan nieuwe bedreigingen en kansen in petto heeft voor onze regio, willen wij tijdens het symposium in Urk onder de loep nemen.

Daarbij zullen de volgende toekomstfacetten voor het voetlicht moeten komen:

a.   Water en klimaat,

b.   Waterbeheer,

c.   Water en visserij,

d.   Water en vervoer,

e.   Water en recreatie.