Lagenbenadering
Het accent ligt in de navolgende modellen vooral op het opsporen van ruimtelijke condities, die bepalend zijn voor een evenwichtige ontwikkeling van de provincie op de middellange en langere termijn. De in de Vijfde Nota gehanteerde ‘lagenbenadering’ geeft daar goede aanknopingspunten voor.
Het gaat daarbij om de volgende lagen:
§ Laag 1: de ondergrond als de bodem, water en natuur- en cultuurhistorische waarden;
§ Laag 2: de infrastructuur, die bepalend is voor de kwaliteit van de bereikbaarheid;
§ Laag 3: de toewijzing van functies, te weten, het ruimtelijk programma voor wonen, voorzieningen en recreëren (‘occupatielaag’).
Elke laag stelt voorwaarden aan de andere lagen.
De eerste laag, de ondergrond, is vooral gerelateerd aan duurzaamheid en wijst op de relatieve onvervangbaarheid van waarden en systemen. Deze bepaalt de draagkracht van de natuurlijke omgeving, maar houdt bijvoorbeeld ook verband met de archeologische waarden. Infrastructuur,m de tweede laag, is vooral sturend voor de ruimtelijke organisatie van het stedelijk systeem op de verschillende schaalniveaus en derhalve van groot belang voor de opbouw en de kwaliteit van het stedelijk netwerk. Bereikbaarheid is hier het sleutelwoord. De derde laag, de occupatielaag, is in de tijd nog het meest aan veranderingen onderhevig. De uitwerking van deze laag in de modellen is dus vooral illustratief van aard.
Infrastructuur vervult een belangrijke intermediaire rol tussen ondergrond (laag 1) en occupatielaag (laag 3). Dit geldt zeker voor de forse uitbreiding van het stedelijk gebied Flevoland nog te wachten staat. Infrastructuur is (als kapstok voor de verstedelijking) in zo’n ontwikkelingssituatie immers sterk bepalend voor de verstedelijking en kan – vooral als het nieuwe infrastructuur betreft – nog volop rekening houden met de waarden van de ondergrond. Dit raakt ook de afweging tussen ‘benutten’ en ‘bouwen’ van infrastructuur. Daarbij ligt het accent dat de Vijfde Nota (en het Nationaal Verkeer- en Vervoerplan) op ‘benutten’ legt, in de gegeven ontwikkelingssituatie van Flevoland niet altijd voor de hand.